Philips-periode (1)

 De periode 1926-1974 van de N.V. Philips' Gloeilampenfabrie­ken te Eindhoven

Dr. Anton F. Philips had in de twintiger jaren het nobele doel voor ogen om in Son een ontspanningsoord te vestigen voor kinderen van zijn werknemers, waarvoor het gebied van "De Kleine Heide" en zijn directe omgeving zich uitstekend leende.

Dr. Anton F. Philips.

Bos, heide en vooral nog schoon Dommelwater waren hier immers in rijke mate aanwezig. In enkele jaren groeide dit ontspanningsoord uit tot een ruim  27,5 hectare groot gebied, waaraan de N.V.Philips' Gloeilampenfabrieken in het vervolg de naam "Het Landgoed Son" zou gaan geven. In vergelijking met de hedendaagse situatie strekte "Het Landgoed Son" zich naar het noorden uit tot aan het zwembad en de sauna van Thermae Son, naar het oosten tot aan de Dommel en Dommelarm, naar het zuiden tot voorbij de Nachtegaallaan en naar het westen tot aan de Hendrik Veenemanstraat. Het landgoed verwierf grote recreatieve bekendheid, tot ver buiten de grenzen van Son, met name in Eindhoven.

Hieronder is "Het Landgoed Son" van de N.V. Philips, zoals dat er van om­streeks 1926 tot 1958 heeft uitgezien, verkleind weergegeven en met een licht groene kleur aangeduid. Zie voor de cultuurtoestand van omstreeks 1925 de perceellijst op de pagina "Eigendom 1925".

Het is in sommige gevallen een moeizaam aankoopbeleid geweest, want niet altijd was de Raad van Commissarissen het eens met de hoge grondprijs die b.v. de gemeente Son vroeg. Voor de eerste 20 meter langs de weg verlangde deze n.l. f.1,25 per m2, een zeer hoog bedrag voor die tijd. Uiteindelijk wist Dr. Anton Philips het er toch door te drukken, door de koopsom aanvankelijk uit eigen zak te betalen.

Reeds in 1934 wenste de Provincie Noord-Brabant over een strook grond langs de Provinciale weg St.Oedenrode - Son te beschikken, ter verbreding van de weg. Dit leidde uiteindelijk tot een onteigeningsprocedure, waarbij er uiteindelijk ongeveer 2 ha bos naar de Provincie overging. Na een rechtelijke uitspraak wist Philips echter wel een hogere vergoeding voor de grond in de wacht te slepen dan de Provincie aanvankelijk had geboden.

In het oorlogsjaar 1942 vorderde de "Productiecommissaris voor den Bosch­bouw en den Houtteelt" een hoeveelheid van 62 m3; mijnhout en 4900 kg generatorhout uit het perceel Son en Breugel, sectie A, nr. 947.

Behalve de exploitatie als ontspanningsoord voor kinderen van Philips'werk­nemers, hebben slechts sporadisch anderen toestemming gekregen om "Het Landgoed Son" te mogen gebruiken voor hun activiteiten in de openlucht.

In 1930 kwam het muziekkorps van het Leger des Heils uit Eindhoven de heuvels van "Het Landgoed Son" met een bezoek vereren.

Het Leger des Heils in de Sonse Bergen in 1930.

In 1933 werd een vergunning afgegeven voor de buurtvereniging "Philips­dorp" om er op 25 mei van dat jaar o.m. een excursie te mogen houden. De leden van deze buurtvereniging mochten er toen onder strenge voorwaarden op Hemelvaartsdag ook weer kamperen.

Dat kamperen had n.l. in het verleden nogal wat klachten opgeleverd vanwege de gedragingen van bepaalde groepen van wildkampeerders en andere bezoe­kers. Deze zouden zich schuldig hebben gemaakt aan: "het uitmelken van koeien door dorstige bezoekers" !

Bij de gemeente kwamen hierover in 1934 ook klachten binnen en deze stelde voor om in het vervolg een toegangskaart aan "bona fide" bezoekers te ver­strekken, zodat controle in het vervolg mogelijk zou zijn. Philips wees dit echter van de hand, omdat "zooveel ingezetenen van Son met hun gezinnen als van ouds vrij van de Sonse bergen genieten en wij deze ingezetenen geen hinderpalen in de weg willen leggen". Een liberale gedachte. Het voorstel van Philips om bij overtredingen eventueel bekeuringen uit te schrijven, stuitte op weerstand bij de burgemeester. Hij vond n.l. dat de toenmalige opzichter van Philips "zoo ongeletterd zou zijn, dat hij het eenvoudigste proces-verbaal nog niet kon opmaken en niet eens zou kunnen schrijven. Mogelijk dat hij dit volgens de spelling "Marchant" nog zou kunnen leren"! Uiteindelijk werd er afgesproken dat er een kampeerverbod zou komen, waarbij slechts aan "Het Philips' Ontspanningsfonds" een ontheffing zou worden verleend. Deze zou dan ook verantwoordelijk zijn voor de eventueel voorkomende misstanden in het gebied.

Zie voor vervolg: Philips-periode (2).