Het ontstaan

 De geomorfologie van het landschap

De heuvels van "De Sonse Bergen" vormen een deel van de Midden-Brabant­se dekzandrug. Deze rug is tegen het einde van de laatste ijstijd, zo'n 10.000 jaar v. Chr., ontstaan. Het noordelijk landijs heeft deze streken overigens nooit  bereikt. Vandaar dat hier geen zwerfkeien (eindmorenen van de glet­sjers) en keileem in de grond voorkomen en alleen maar boven de grote rivieren te vinden zijn.

In die tijd vonden door sterke winden grote zandtransporten in het zuidelijk gedeelte van Nederland plaats. Door de overwegend zuid-westelijke winden vormden zich hier toen enkele langgerekte dekzandophopingen. Deze ken­merken zich doordat ze in de richting ZW - NO lopen en uit zeer fijn humusarm zand bestaan. In dezelfde richting lopen ook de vennen van Oisterwijk en Best, de Hazenputten te St. Oedenrode en het Oud Meerven te Son en Breu­gel. Ze zijn ontstaan door uitgewaaid zand.

Door de natuurlijke breuken in de aardkorst werd de oorspronkelijke noord­westelijke loop van de Dommel bepaald. Vanwege de vorming van de Midden-Brabantse dekzandrug, was de rivier gedwongen om reeds voor Son in  Noord-Oostelijke richting af te buigen om vervolgens door een smal gedeelte van de dekzandrug heen te breken. Na deze rug is het verloop van de rivier weer in noord-westelijke richting.

De loop van de Dommel omstreeks 1830.