OUDE HOUTWALLEN IN DE SONSE BERGEN

(door John Bruinsma en met toestemming geheel overgenomenen en met een foto uit 2004 aangevuld).

Eind 2001 jaar ontstond er in groen Nederland enige commotie over de vondst van zeer oud hakhout op de Veluwe. De pers besteedde er aandacht aan, het kwam zelfs op het Journaal: op de Veluwe waren boomstronken gevonden die zeer oud waren, mogelijk middeleeuws, mogelijk veel ouder !

Bomen en struiken die geknot worden, kunnen zeer oud worden. De omvang van de stoven neemt in de loop van de eeuwen toe en als je dan stoven van 25 meter omtrek vindt, duizelt het van het aantal eeuwen dat zo'n stoof oud moet zijn. Nu is er niet alleen op de Veluwe oud hakhout. Ook in Noord-Brabant en in de Belgische Kempen komen zeer oude stoven voor, bij voorbeeld in de Drunense duinen en de Bedafse Bergen. En, om dichter bij huis te blijven, in de Sonse Bergen. De zandvlakte op de Sonse Bergen, waar kinderen en hon­den en joggers zich uitleven, is het restant van een enorm stuifzand- en heide­gebied. Als je op een topografische kaart kijkt, zie je de Oirschotse heide, de Bestse Heide en de Sonse heide als een lange keten van schrale zandheuvels van westzuidwest naar oostnoordoost lopen. Ten oosten van het stuifzandge­bied, dus op de rand van de Dommelvallei, lagen tot 1870 akkers. Op de grens van stuifzand en akkers is een houtwal aangelegd om het stuivende zand in te vangen. Dat dit maar matig lukte, is te zien als je in het huidige douglas-sparrenbos = de oude akker, een grondboor in de grond steekt. In plaats van aarde die mooi zwart is van de opgebrachte potstalmest, zie je grijze grond  waarin het ondanks alles ingewaaide zand een hoog aandeel heeft.

De zandvlakte gaat in het oosten opvallend steil naar beneden. Dat is het resultaat van eeuwen zand invangen. De eiken die er staan, zijn oorspronkelijk op het lage niveau ingeplant, een meter of vier lager dan het stuifzand nu. In de loop van de tijd vingen ze steeds verder zand op. Degenen die voor het onderhoud zorgden, moesten er steeds voor kiezen dat er voldoende takken bleven om zand tegen te houden, maar dat er ook genoeg gesnoeid werd om de wal dicht te houden.

We mogen wel aannemen dat de akkers ten oosten van de Sonse Bergen minstens middeleeuws zijn en het is dus aannemelijk dat de houtwal van dezelfde ouderdom is. Een gok op de ouderdom van elke stoof of struik hangt onder meer samen met zijn omvang. Het eerste wat je dan moet verzinnen is waar de ene struik ophoudt en de volgende begint. De grootste stoven zijn, zo kijkend en redenerend, een 7 tot 9 meter in omtrek, misschien zelfs 14 meter. Een tweede idee van de ouderdom van de stoven hangt samen met het feit dat er minstens een eikenstruik staat met bijzondere eigenschappen. Deze struik heeft gesteelde eikels en de bladvorm van de Zomerdijk. Maar, terwijl alle andere Zomereiken op de onderkant vrijwel kaal zijn op een enkele enkelvou­dige haar na, heeft deze sterharen op de bladonderkant. Dit type (Zomer)eik is maar van twee plekken bekend: de Drunense duinen en op een plek in de Belgische Kempen. In elk geval is het wel zeker dat het daar om zeer oude struiken gaat. Voor zover we weten is deze combinatie van kenmerken bij geen enkele Zomerdijk van na 1800 waargenomen. Een gok op de ouderdom van deze struik in de Sonse bergen, en waarschijnlijk ook van andere in de­zelfde houtwal, is dat deze minstens 17e- of 18e-eeuws zijn en mogelijk een paar eeuwen ouder. De grootste stoven zijn ongetwijfeld de oudste levende wezens in Son en Breugel. Wat mij betreft is het hakhout in de Sonse Bergen het bijzonderste van dit natuurgebied annex park. Zowel vanwege hun biolo­gische bijzonderheid en ouderdom, als vanwege het verhaal dat ze vertellen over grondgebruik en de strijd van de mens om het bestaan.

Oude hakhoutstobbe in de Sonse Bergen. Zie verder op de site van cubra.nl, in het archief Bomen in Brabant.

Wie eenmaal met enige verwondering of eerbied naar deze stokoude, ge­maltraiteerde wezens kijkt, ziet meer interes­sant oud hakhout in de omgeving. Er lopen eni­ge oude houtwallen dwars door het dennen­bos van de Sonse Ber­gen, dat zijn ongetwij­feld omheiningen van akkers. Aan de zuidkant van de Breeakker, waar een paadje loopt van het Hertenkamp naar de Winterkoninglaan, staat ook zo'n houtwal op dikke stobben. Een ervan zou een meter of 10 doorsnee kunnen zijn. Andere plaatsen zijn de Zandstraat en de Boslaan. Ten noorden van onze gemeente ligt een mooie houtwal bij de hoge oostoever van de Dommel ter hoogte van de Vresselse akkers.  En ongetwijfeld zijn er in onze gemeente nog meer en vooral: nog meer geweest.  Ook zijn er eikenhakhout­bosjes (19e eeuw?).

Na de tweede wereldoorlog verloor het eikenhakhout zijn nut. Vele stoven zijn toen zo bewerkt dat nu een enkele stam doorgroeit op een knoest uit de hakhouttijd. Of dat nu wel of niet gebeurd is, het ziet er naar uit dat eikenhak­hout het zonder onderhoud nog wel een paar eeuwen volhoudt. In principe is de eik een schaduwboom die het in ons klimaat op den lange duur aflegt tegen beuk. Toch zou het te overwegen zijn om houtwallen die erg in de schaduw liggen, bijvoorbeeld in een Grove dennenbos, vrij te stellen. Ook valt te over­wegen om de erosie door spelende kinderen en andere natuurverschijnselen, eens in de 5 tot 10 jaar te keren door de wortels met zand te bedekken.

Nog een variant voor de boomplantdag. Deze oude eiken zijn ongetwijfeld nazaten van de bomen die op eigen kracht Nederland hebben bereikt na de laatste ijstijd, in tegenstelling tot het tegenwoordige plantmateriaal, dat ge­haald wordt op de plaats waar het het goedkoopst wordt aangeboden. Liggen er op boomplantdag kansen om dit type aanplant te bevorderen?Moeten degenen die professioneel bomen en struiken aanplanten in de ge­meente dit type genenmateriaal gebruiken?

Tot slot enig excuus. Dit artikel is onvoldragen in de zin dat er weinig lokaal onderzoek aan ten grondslag ligt. Wellicht is er een halve bieb over het hak­hout, het beheer, de strijd tegen het zand. Bovendien had een artikel als dit gevolgd moeten worden door een massa literatuur. Daarvoor ontbreekt me nu de tijd. Zo nodig kan ik ge├»nteresseerden wel op weg helpen.

Breugel, 2002

John Bruinsma, tel. 0499-473384