De eigendoms- en cultuurtoestand rond 1830

Reeds in 1812 werd in Nederland een begin gemaakt met de algehele kadas­trering van het gehele land, met als doel belasting te heffen op het onroerend goed. Toen in betrekkelijk korte tijd de metingen en de registratie van gron­den waren voltooid, werd op 1 oktober 1832 het Kadaster ingevoerd.

Een gedeelte van de eerste kadastrale kaart, het z.g. Minuutplan, van de ka­dastrale gemeente "Zon en Breugel", sectie A, blad 6, is in een bewerkte vorm hieronder verkleind weergegeven met de toenmalige betrokken percelen in een licht groene kleur.

Het Minuutplan uit 1832.

Uit dit plan en uit de registratie in de O.A.T. (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel) zijn een schat aan historische gegevens te achterhalen. Het is nu moge­lijk om o.m. een overzicht van de eigendoms- en zelfs de cultuurtoestand uit 1830 voor het gebied van "De Sonse Bergen", zoals dat nu in het bezit van het Staats-bosbeheer is, samen te stellen.

We zien dat in het gebied van "De Sonse Bergen" in 1830 een negental eige­naren hun bezittingen hadden. Het heuvelachtige gedeelte was eigendom van de "Gemeente Zon", terwijl de lage oostelijke helft in particuliere handen was. Tijdens de eerste opmeting van het Kadaster noteerde de landmeter ook welk soort eigendom het betrof. Met behulp van het Minuutplan zijn we nu in staat  om een nauwkeurige vegetatiekaart van "De Sonse Bergen" en omgeving uit die tijd te reconstrueren. Zo blijkt dat ongeveer de helft van het huidige bosgebied, met name het lagere gedeelte ten Oosten van de grens van het perceel 324, dus tussen het heuvelachtige gebied en de Dommel-arm, nog hoofdzakelijk uit in cultuur gebrachte landbouwgrond bestond. Deze gronden maakten deel uit van de eveneens reeds in cultuur gebrachte gronden van het naar het Noorden uitstrekkende landbouwgebied "Wolfswinkel", aan de West-zijde van de Dommel.

Hieronder volgen een overzicht van de eigendoms- en cultuurtoestand in 1830-'32 van "De Kleine Heide" van de betrokken percelen en een tekening van de cultuurtoestand van een groter gebied.

Het westelijke heuvelachtige gedeelte, met name de percelen 324 en 330,  bestond toen nog geheel uit woeste grond en heide. Het gebied van "De Kleine Heide" zette zich naar het zuiden voort, tot ver in de huidige woonwijk "De Breeakker". De enige openbare weg in het gebied liep op ongeveer 40 meter evenwijdig aan de toen al bestaande Provinciale weg Zon - St. Oedenrode en is nog enigszins in het terrein als een lang en recht bospad te herkennen. Andere wegen en paden hadden hier geen openbaar karakter en werden dan ook niet op het Minuutplan ingetekend, behalve ter verduidelijking van de grens, wanneer deze b.v. over het midden van het pad liep.

De cultuurtoestand uit 1830.

De Dommel meanderde rond 1830 nog prachtig door het landschap. In de periode 1878 - 1879 is hier de rivier helaas genormaliseerd, door een drietal bochten af te snijden. De dode Dommel-arm en de poel in het weiland aan de Oost-zijde van de Dommel zijn nog stukjes restanten van de oude Dommel­loop.

Topografische kaart uit 1916 met, ter orientatie, de dode Dommel-arm. De Dommel was toen al genormaliseerd.

De voormalige bocht op de hoek van de Hoefbladlaan - Koekoeklaan, waar eens de Nutskleuterschool gestaan heeft, is als een flauwe laagte in het terrein nog nauwelijks te herkennen.